Help de doelgroep twittert!, een verslag
Gepubliceerd op vrijdag 16 april 2010 in Social Media, Zorg, Overheid
Gisteren was ik bij het symposium ‘Help de doelgroep twittert!’ dat georganiseerd werd door de NHL en GGD Fryslan. Onderwerp was de rol van social media en internet bij publieksvoorlichting en risicocommunicatie. De eerste lezing was van Leonie Bosveld van de RUG over mogelijkheden, beperkingen en implicaties van computercommunicatie. Wat mij betreft iets te theoretisch verhaal wat wetenschappelijk ongetwijfeld klopt maar waarbij ik toch wat vraagtekens over hoe de praktijk werkt. Want om nieuwe media ‘arm’ te noemen gaat ook voorbij aan onderzoeken waarin actief zijn op een platform als Hyves ervoor zorgt dat je meer ‘in-real-life’ contacten krijgt. In dat opzicht zou je dat misschien rijk moeten noemen. Een paar belangrijke constateringen zijn dat informatie steeds meer beoordeeld en op waarde geschat worden door de gebruiker, de informatieconsument. Leonie stelt nog wel vragen bij de betrouwbaarheid van die beoordeling. Zelf denk ik dat gebruikersinformatie erg belangrijk is om de eenzijdige informatie van organisaties beter in perspectief te kunnen zetten. Andere constatering is dat vorm en inhoud van de boodschap aangepast moet worden aan het medium. Op zich logisch, organisaties waren gewend om veel tekst, veel informatie in jargon naar een vaak anonieme doelgroep te zenden. Bij social media is communicatie persoonlijker en heb je minder ruimte om je boodschap kwijt te kunnen. Praktisch gezien betekent dat ook dat je als organisatie veel beter moet nadenken over wat nu je kernboodschap is, wat wil je aan wie vertellen? (Dat moest natuurlijk altijd al maar voorheen waren de effecten minder zichtbaar.) Maar uit het onderzoek blijken ook voordelen: meer bedenktijd, minder effect van bijvoorbeeld een dominante gesprekspartner, compenserende technieken als emoticons. Hoewel ik het betoog niet geheel kon onderschrijven is het af en toe wel goed dat er ook met een kritische blik naar ontwikkelingen wordt gekeken.
Een voor mij heel inspirerend betoog werd gegeven door Wim Veen van de TU Delft. Hij zag geloof ik alleen maar voordelen van nieuwe manieren van communiceren en begon met een mooi voorbeeld van gaming. Vaak wordt het als iets negatiefs te zien maar kinderen leren er ook van: ze moeten samenwerken om een doel te bereiken, ze moeten beslissingen nemen, ze creëren en wat het sociale aspect betreft wordt er ook nog gechat. Tweede mooie voorbeeld was de doorontwikkeling van de layar-techniek. Als voorbeeld een boek dat met een bepaalde tool in 3d gelezen werd, gebouwen waar je virtueel doorheen loopt. Een totaal nieuwe invulling van ‘het boek’. Een belangrijke opmerking van Wim was dat we van een representatieve naar een particitatieve cultuur moeten in organisaties die nu vooral verticaal georganiseerd zijn. Mijns inziens heeft dat ook te maken met controle los durven laten en zo mee kunnen doen en in gesprek gaan met je doelgroep daar waar de doelgroep ook is. Hoe dan ook betekent het snel veranderende mediagebruik en mogelijkheden dat traditioneel georganiseerde instellingen binnen niet al te lange termijn zullen moeten veranderen om de aansluiting bij hun doelgroepen niet te missen.
Na de lunch was ik bij de workshop Jongerencampagnes en de inzet van digitale media door Combat. Erg interessant om te zien hoe jongerencommunicatie in de praktijk verloopt. Leerpunten voor mij:
- als jongeren iets willen willen ze het nu
- een campagnewebsite waar jongeren naartoe moeten heeft geen zin, sluit aan bij bestaande platforms. Hyves biedt veel mogelijkheden als je heel gesegmenteerd wilt adverteren
- bedenk als 30-ers en 40-ers niet wat jongeren leuk vinden maar betrek ze bij de opzet van jouw communicatie en campagnes
- maak gebruik van wat er al is: de jongin-sites
- hou niet krampachtig vast aan je eigen huisstijl of logo, loslaten is het devies en het doel is leidend
Afsluitend een presentatie van Marian Byvanck die een terugblik gaf op de campagne over de Mexicaanse griep. Daarvoor is gekozen voor een gecombineerde aanpak waarbij de traditionele benadering (met persberichten, website, factsheets e.d.) is aangevuld met een social media benadering. Met meer en minder succes. Zo werd Twitter wel ingezet maar niet actief genoeg gecommuniceerd. Daarover werd ook opgemerkt dat het nieuws op Twitter al oud zou zijn omdat het ook al op de website stond. Daar wil ik een kanttekening bij maken: Twitter kan er juist voor zorgen dat er verkeer naar de site gegenereerd wordt en je spreekt misschien toch een doelgroep aan die niet zo snel op je site komt. Goed punt was ook dat je een bewuste keuze moet maken als je je mengt in discussies op fora. Op de eerste plaats moet je voldoende experts hebben die zich daarmee bezig kunnen houden en op de tweede plaats wordt meediscussieren op sommige fora door een ‘instantie’ zeker niet altijd op prijs gesteld. Voor VWS was de chatsessie van de minister via het NRC een goede pilot. Twee belangrijke wijsheden die misschien erg voor de hand liggen maar waarvan organisaties zich nog steeds niet altijd bewust van zijn:
- meedoen in plaats van zenden
- wat online speelt speelt ook bij de kapper en op verjaardagen
Ik vond het een goeie dag met afwisselende sprekers, niet alleen halleluja-verhalen, nieuwe en vernieuwde inzichten, nieuwe (irl)ontmoetingen met twitteraars en oude bekenden. Zeker voor herhaling vatbaar.



